In het Bovag-concept is sprake van de Verkoop Nieuw Dealer (VND), die zich alleen bezighoudt met de verkoop van nieuwe auto’s en de daarbij behorende zaken als verzekeren en financieren. Een VND kan meerdere merken voeren. Inruilauto’s worden niet zelf verkocht, maar doorgestoten naar andere bedrijven. De VND voert zelf ook geen onderhoud uit, dat vindt plaats bij Support Dealers. Een verkoopdealer moet jaarlijks minimaal duizend auto’s kunnen verkopen.
Een variant op de VND is de Auto Retail Dealer (ARD). Die voeren de kleinere automerken in Nederland. Een ARD verkoopt minimaal 500 nieuwe auto’s per jaar. Het verschil met de VND is verder dat de ARD ook gebruikte auto's verkoopt. Als norm noemt Bovag 250 gebruikte auto’s per jaar. Ook een ARD heeft geen werkplaats voor onderhoud, ook niet wordt verwezen naar Support Dealers..
De Support Dealer (SD) vervulg daarmee een lokale sleutelrol voor een automerk. Hier vindt de aftersales plaats van een auto die bij een VND of een ARD is gekocht. Net als een verkoopdealer mag een SD meerdere merken voeren en verkoopt hij de occasions die de verkoopdealers doorstoten. De klant kan een nieuwe auto ook bij een Support Dealer laten afleveren, wel op voorwaarde dat de auto is gekocht bij een verkoopdealer. De Bovag bedacht verder de Dorps Dealer (DD) als variant op de Support Dealer. Een Dorpsdealer heeft nauwelijks merkuitstraling en levert ook geen nieuwe auto's af. Aan de basis vinden we dan nog de Service Dealer, die alleen onderhoud uitvoert en zich niet bezighoudt met verkoop.
Erik Tak, voorzitter van Bovag Autodealers, zegt dat er in de toekomst ruimte is voor bestaande merkdealers, maar dat het tijd is om de branche opnieuw in te richten. De merkdealers krijgen daarin een andere rol, maar volgens Tak wel 'met rendement'.