Het gebrek aan een sterke Europese identiteit wordt gezien als een probleem voor de Europese eenwording, maar het is tegelijkertijd erg begrijpelijk. Het continent is immers een mozaïek van talen en gebruiken. Die verschillen vallen meer in het oog dan de overeenkomsten.
Om de Europeanen een groter gevoel van verbondenheid te geven, sponsort de EU voortaan het Europees erfgoedlabel, een register van plaatsen en gebouwen die ook buiten hun eigen land van historische betekenis zijn. Het project is in 2006 door Frankrijk, Hongarije en Spanje in het leven geroepen om de Europeanen te wijzen op hun gezamenlijke geschiedenis en hun gevarieerd maar gemeenschappelijk cultureel erfgoed.
Inmiddels doen er 17 landen mee, waaronder ook Zwitserland. Op de monumentenlijst staan al tientallen historische gebouwen en plaatsen, zoals de Akropolis in Athene, het huis van Robert Schuman, Frans politicus en EU-grondlegger, en de scheepswerven van Gdansk waar de vakbond Solidarnosc werd opgericht, die een grote bijdrage leverde aan de democratisering in Oost-Europa.
De EU heeft nu besloten dit project onder haar hoede te nemen. Ze hoopt dat de lijst langer wordt en meer erkenning en prestige zal krijgen. Om als Europees erfgoed te worden erkend moet een gebouw of plaats van belang zijn geweest voor de Europese eenwording. Er komt dan bij de ingang een plaquette met het erfgoedlabel te hangen.
Maar het gaat niet alleen om het culturele aspect. Net als het Werelderfgoed van de UNESCO trekken de Europese monumenten toeristen aan, en dat is goed voor de plaatselijke economie.
De lijst is een aanvulling op EU-initiatieven zoals de Europese cultuurhoofdsteden en Erasmus, het uitwisselingsprogramma voor studenten. Zulke initiatieven hebben de voorbije decennia ook bijgedragen aan het Europese gevoel. Het zijn immers concrete voorbeelden van de gemeenschappelijke cultuur.